20171201_Albert_Westerman 02

Stick to the concept

We zijn op de plek waar voor de familie Westerman alles samenkwam. De rijke geschiedenis van het familiebedrijf State of Art begon midden in deze woonwijk en duurt voort tot op de dag van vandaag. Albert Westerman leerde er lopen. Hij loopt er nog iedere dag rond ‘om de winkel scherp te houden’, zoals hij dat zelf noemt. AIM ontmoette de bevlogen directeur op het hoofdkantoor in Lichtenvoorde. 

Zeg maar gewoon Albert,” zegt Albert Westerman, terwijl hij ons ontvangt in het 11.000 vierkante meter tellende bedrijfspand van het kledingconcern. Temidden van de uitgebreide kledingcollectie - uitsluitend voor mannen - staat een even zo indrukwekkende collectie klassieke Porsches. State of Art is namelijk nauw verbonden met de autosport. Dat heeft een reden: op dertienjarige leeftijd werd Albert verliefd op een Porsche 1500 S Cabrio en die liefde resulteerde in de aanschaf van meer dan 30 exemplaren. “Ik ben redelijk eenkennig,” vertelt Albert. “Andere merken hebben me nooit echt kunnen bekoren.” Wie denkt dat de wagens er alleen voor de show staan, heeft het mis. “Ze moeten allemaal direct kunnen starten en met sommigen worden zelfs nog rally’s gereden. Vroeger heb ik er ook mee geracet, onder andere op Zandvoort en Spa-Francorchamps.”

 

De geboorte van een merk

In 1935 erfde de vader van Albert - Albert Sr. - een perceel grond van circa 1200 vierkante meter. Hij begon er samen met zijn zus een brei-atelier, toen nog met een bescheiden vloeroppervlak van 250 vierkante meter. De werknemers produceerden er gebreide babykleding en het bedrijfje kende een vliegende start. In de jaren die volgden kocht Albert Sr. telkens omliggende percelen bij. De breierij groeide en groeide: er verrezen een garenmagazijn, expeditiegebouwen en een statig kantoorpand. Aan het eind van de jaren ‘50 liet hij een confectiezaal met bovenliggende kantine bouwen en halverwege de jaren ‘60 nog een groot garenmagazijn. Werknemers - vrijwel allemaal vrouwen - kregen steeds geavanceerdere machines ter beschikking, waardoor de productie kon stijgen en complexere ontwerpen gemaakt konden worden. Toen Albert Westerman Jr. directeur werd - halverwege de jaren ‘70 - koos hij noodgedwongen voor een koerswijziging: het bedrijf stapte af van de babykleding, waarvan er tot dan toe ruim 30 miljoen waren verkocht, en richtte zich voortaan op het produceren van bovenkleding voor kinderen en volwassenen. De kleding werd verkocht via grote ketens als C&A en V&D. In 1986 koos men voor een eigen merknaam: State of Art.

 

Continuïteit is belangrijk

“Een bedrijf dat lang meegaat, heeft vanzelfsprekend te maken met ups en downs. Ik zeg wel eens: het grootste geluk is om geen pech te hebben. Maar bij ieder bedrijf zit het wel eens tegen natuurlijk. Het komt er dan op aan, hoe je daarmee omgaat. Begin 2001 was er zo’n fase waarin we het moeilijk hadden,” vertelt Albert. “De goedkope productie van kleding elders begon zijn tol te eisen. We werden de hoek ingedrukt. Er stond enorm veel druk op de prijzen. Ieder jaar ging er een euro vanaf. Het voelde als vechten tegen de bierkaai, want we wilden niet meegaan in die trend. Maar ik wilde ook niet met het hele zaakje tenondergaan. Dan kun je maar beter eerlijk zijn naar jezelf en naar je mensen. We besloten om de productie elders onder te brengen, maar zonder daarbij concessies te doen aan kwaliteit. Wij zijn geen handelaren. Onze achtergrond is fabricage. Draden, garen, die zitten in ons dna. Je moet alles van kleding weten om te overleven in de markt waarin wij opereren. Die kennis hebben we in huis, er lopen hier mensen rond die 35 jaar lang in de productie gezeten hebben. Dat soort ervaren mensen is goud waard, net als jonge mannen en vrouwen die zich bezighouden met zaken als design, styling en productmanagement. Tegenwoordig produceren we onder andere in Turkije, China, Italië en Portugal, waar al met al een miljoen kledingstukken per jaar geproduceerd worden, voornamelijk voor de Nederlandse en Belgische markt. En het gaat op dit moment erg goed: 2016 was een waanzinnig jaar.”

 

Weten wat je (klant) wil

“Hier in onze showroom kunnen retailers en inkopers alle tijd nemen om hun winkelcollecties samen te stellen,” vervolgt Albert. “Want net als in de jaren ‘70 en 80 wordt een groot deel van de omzet - ongeveer 60 procent - gehaald uit wholesale, bijvoorbeeld door de winkels van Piet Zoomers. De rest van de omzet halen we uit onze eigen 32 winkels, maar het is onze ambitie om het omzetpercentage uit eigen verkoop te laten stijgen. Dat doen we door het aantal winkels uit te breiden. Niet om de grootste te willen worden, maar omdat we de beste en mooiste winkels in retail willen hebben. We hebben inmiddels bewezen op een goed spoor te zitten. Hier zijn we goed in, dus dan moet je daarmee doorgaan. We laten ons niet verleiden door wilde plannen, zoals overnames en te intensief samenwerken met derden. Stick to the plan. Wat kenmerkend voor onze marktbenadering is? Trendsettend zijn we niet, eerder volgend. We bedenken geen mode, maar volgen de trends. Toch geven we er wel vaak een eigen draai aan. Ik zal je een simpel voorbeeld geven: de overhemden van nu hebben meestal geen borstzak meer. Dat is een modetrend. Wij volgen die trend, maar we weten dat sommige van onze klanten dat onhandig vinden. Daarom leveren we gratis een losse borstzak mee, die zij er zelf kunnen laten opzetten.”

 

Kind aan huis

Terwijl Albert ons nog even door het pand rondleidt, neemt hij ruimschoots de tijd voor het begroeten van klanten en medewerkers. “Aandacht is belangrijk. Daarom ben ik hier dagelijks te vinden,” zegt Albert. “Mijn vrouw moppert daar wel eens over, alhoewel zij ook zeer betrokken is bij de zaak. Het is één grote familie hier. Ik doe dagelijks niks anders dan mensen managen. Zij moeten het naar hun zin hebben, want als je iets leuk vindt, doe je het goed. Sluimerende ontevredenheid kost een bedrijf geld. Ik geef iedereen veel ruimte, en ze moeten zelf leren om daarmee om te gaan. Mijn rol is om de boel scherp te houden. Zelf ben ik de meest kritische klant van allemaal. Ik weet wat er speelt en er wordt niks besloten waarvan ik niet op de hoogte ben. Of ik zelf nog wel eens droom van iets nieuws?” Alberts ogen twinkelen: “Nou...als je gaat dromen zie je geweldige dingen. Als ik jonger was geweest, zou ik nu weer een breierij opzetten. Maar dat zal er voorlopig niet van komen. Stick to the plan, weet je nog?”